Hoofdstuk “Ik ben haar moeder of zoiets”

Psycholoog op driehoog

‘Vind je het spannend?’ vroeg Leonoor. Bibi zat naast haar in de auto fanatiek haar lange haren te borstelen. De puber gaf geen antwoord, maar opende een make-up tasje en klapte de zonneklep naar beneden om in het spiegeltje te kunnen kijken. ‘Is die klep tenminste nog érgens goed voor,’ zei Leonoor. ‘Als de zon vandaag had geschenen, was ik vast niet zo chagrijnig geweest. Jij?’ Ze keek vluchtig opzij. ‘Ik heb gewoon geen zin in die stomme psycholoog,’ reageerde Bibi. ‘En zo’n idiote test. Weten ze nou nog niet genoeg van me?’ ‘Die test is nodig om het oordeel van de psychiater te onderschrijven. Het bewijs dat het niet aan je intelligentie ligt, maar aan iets anders,’ legde Leonoor nog eens uit. ‘Het voelt als een examen,’ vond Bibi. En ze beet op haar onderlip.

De psycholoog, die Liesbeth heette, had een praktijk aan huis. Op driehoog, maakte Leonoor op uit de plek van het naambordje. Ze drukte op de bel. Er gebeurde niets. ‘Misschien is ze het vergeten,’ zei Bibi hoopvol. Leonoor drukte nogmaals op de bel, zo lang dat de top van haar wijsvinger er rood van werd. Het resultaat was nihil, en Bibi stond inmiddels bij de auto. Boos begon Leonoor in haar mobieltje te zoeken naar het telefoonnummer van die vrouw. Ondertussen ging ergens een raam open. Iemand die volgens Leonoor qua leeftijd ook haar dochter had kunnen zijn, stak haar hoofd naar buiten en schreeuwde: ‘Is dat Bibi of zoiets?’ ‘Ik ben haar moeder of zoiets,’ riep Leonoor terug. Ze wenkte haar dochter. ‘Bibi komt eraan.’

Een paar minuten later stond Liesbeth in de deuropening. ‘Ik vroeg me al af waar jullie bleven,’ zei ze pinnig. ‘En wij stonden hier wortel te schieten,’ bitste Leonoor. ‘Volgens mij doet de bel het niet.’ ‘Soms wel, soms niet.’ antwoordde de psycholoog. Ze liep de trap op en Bibi en Leonoor volgden haar. Bovenaan de derde trap, waar de deur naar Liesbeth’s woning zat, kreeg Bibi de opdracht haar schoenen uit te trekken. ‘Moet ik dat ook doen?’ vroeg Leonoor verbaasd. ‘Nee, u gaat meteen weer weg. Over drie uur is ze klaar,’ zei Liesbeth. Ze duwde Bibi naar binnen en smeet de deur achter zich dicht. Het licht in het trappenhuis ging uit. Tijdens haar tocht naar beneden lichtte Leonoor zichzelf bij met het zaklampje in haar gsm. In het laatste trapportaal zag ze twee touwen. Aan een ervan hing een fiets te bungelen, het andere was om de voordeur te openen. Met een onbehaaglijk gevoel liep Leonoor de deur uit. Ze had Bibi ook nog een lunchpakket en drinken mee moeten geven van dat rare type.

‘Hoe was het?’ Met moeite was Leonoor de afgelopen drie uur doorgekomen. Bibi was naar buiten gekomen met haar hand tegen haar voorhoofd. Hoofdpijn van de inspanning, veronderstelde Leonoor. In de auto spuwde Bibi haar gal. ‘Verschrikkelijk was het. Sommige dingen waren heel makkelijk, maar er zaten ook fucking moeilijke opdrachten bij. Die heb ik echt verknald. Ik werd steeds zenuwachtiger. Omdat dat mens met sloffen aan en een stopwatch in haar hand me de hele tijd zat aan te staren. Ik had dorst maar ik mocht na een uur pas wat nemen, terwijl zij de hele tijd aan een flesje Spa zat te lurken. De bitch. En ik moest in mijn eentje in het stikdonker de trap af. Heb ik ook nog eens aan het verkeerde touw getrokken, waardoor ik een fiets op mijn kop kreeg.’

Op het moment dat ze hun eigen straat inreden, had Bibi al een flinke bult op haar voorhoofd. Hoe moest Leonoor dat aan Erik uitleggen? Ze had hem nog steeds niet verteld dat Bibi in dit onderzoekstraject zat, omdat hij zo fel tegen etiketjes was. Ze kon natuurlijk ADD op een pleister schrijven en die op Bibi’s voorhoofd plakken. ‘Kijk Erik,’ zou ze dan zeggen. ‘Je vooroordeel is bevestigd.’