Hoofdstuk “Eet smakelijk buuf. Ik pas.”

Misselijkmakend vlees

Zelden kwam het voor dat Peggy de slaap niet kon vatten. Maar deze nacht was het goed raak. Of lelijk mis, het was maar hoe je het bekeek. Ze had het gevoel alleen nog maar uit maag te bestaan, zo misselijk was ze. Uit angst dat ze alles eruit zou gooien bleef ze doodstil liggen. Voortdurend schoot de term anti-peristaltische beweging door haar hoofd. Raar dat je zoiets nutteloos kon onthouden uit de biologieles op de havo. Zwetend besefte Peggy dat deze beweging er nu voor zorgde dat alle vettigheid van de afgelopen avond de verkeerde kant op werd gestuwd.

Ze greep de plastic emmer die ze uit voorzorg naast haar bed had gezet – lang leve haar wazige, maar vooruitziende blik – en knalde haar hele barbecuemaal erin. Met zwarte tranen op haar wangen van de doorgelopen mascara ging ze weer op haar rug liggen. Helaas was ze niet honderd procent opgelucht en nog superslap, dus die stinkende emmer liet ze nog maar even staan. Ze sloot haar ogen en kreeg onmiddellijk visioenen van het buurtfeest. Niet alleen in haar maag, maar ook in haar hoofd was het flink aan het spoken. Ze zag zichzelf weer ruzie met Marga staan maken boven de schalen met vlees. Marga stond met het zoveelste glas witte wijn in haar hand te schelden op de overbuurman, de supermarktslager. Peggy verdedigde hem, omdat hij zo aardig was geweest voor de buurtbarbecue zoveel vlees mee te nemen.

‘Kiloknallers!’ brulde Marga. ‘Eet jij maar lekker vlees van dieren die veel te hard zijn gegroeid zonder dat hun organen en botten in dat tempo meegroeiden. Zielige, zieke dieren!’

‘Nu niet meer,’ reageerde Peggy. ‘ Ze zijn gelukkig uit hun lijden verlost.’ Woest keek Marga om zich heen. ‘Ja, maar daarvóór zaten ze op elkaar gepropt, elkaar te bijten en te pikken. Weet je wat er is gebeurd?’ Marga keek Peggy aan maar gaf zelf het antwoord: ‘Hun tanden, snavels en staarten zijn eraf gehaald. Zónder verdoving, want dat is te duur. Eet smakelijk buuf. Ik pas.’ Marga nam een ferme slok, alsof ze een vieze smaak moest wegwerken.

‘Wat doe je hier dan?’ vroeg Peggy, niet wetend hoe Marga met zichzelf en Gerard had geworsteld voor ze hier naartoe kwam. ‘Je wilt ook niet in je eentje achterblijven,’ zei Marga iets zachter, en ze keek naar haar man. Gerard had samen met een stel buurtgenoten naar het voorval staan luisteren. Bijna niemand durfde nog een hap te nemen.

Jammer dat ik Mark niet meer zie, dacht Peggy. Een politicus kan van alles doen tegen dierenleed. Ze vond Mark Rutte, met die bolle wangetjes als hij lachte, een beetje op een hamstertje lijken. Maar dan wel een scharrelhamstertje. Peggy glimlachte. ‘The party must go on,’ riep ze vrolijk. Demonstratief gooide ze haar plastic bordje vol. Een daad waar ze een paar uur later spijt van had. Kippen zonder snavels, varkens met uitgerukte tanden. Allemaal passeerden ze de revue terwijl ze voor de derde keer boven de emmer hing. Daarna kon ze weer wat helderder denken. Ik neem alleen nog maar scharrelvlees, nam ze zich voor. Of beter nog: ik word vegetariër. Daarna viel ze in slaap. ’s Ochtends wist Peggy het zeker. Van nu af aan was ze flexitariër. Dat klonk heel idealistisch en toch ongebonden.