Hoofdstuk “Al dik twee uur was ze in de Bijenkorf…”

Passende kleding

Van een Engelse roman die Leonoor had vertaald, waren vijftigduizend exemplaren verkocht. Reden voor een party, vond de uitgever. Reden voor paniek, vond Leonoor, want ze had niets om aan te trekken.

Al dik twee uur was ze in de Bijenkorf op zoek naar een leuk setje. Iets dat haar jonger en vlotter zou maken. Ze had om precies te zijn twaalf hippe broeken, zeven blousjes, negen truitjes en drie rokken gepast. Maar bijna niets stond leuk en wat wel leuk oogde kreeg ze niet dicht. Maat 44, XL, het maakte niet uit wat ze aantrok. En met een nog grotere maat zag ze zichzelf toch echt niet bij de kassa staan. Broek nummer twaalf was halverwege haar dijbenen blijven steken. Pas na veel duw- en trekwerk had ze hem weer uit gekregen.

Volkomen gedesillusioneerd stapte Leonoor de roltrap op naar de bovenste verdieping waar een heerlijk restaurant met uitzicht zat. Dokter Frank kon de boom in. Aangezien zijn dieet bij haar toch geen zoden aan de dijk zette, kon ze met een gerust hart iets nemen. Met een volgeladen dienblad schuifelde ze naar de kassa. Maar voordat ze die had bereikt, kwam er een vrolijk maar tegelijkertijd dwingend geluid uit haar schoudertas. Snel zette ze haar dienblad op een tafel waaraan twee dames zaten te eten. Leonoor ontweek hun afkeurende blikken door zich met haar telefoon aan haar oor van hen af te keren.

‘Heeeeeeey,’ zei Bibi loom. Daarna was het stil.
‘Hi. Wat is er?’

‘Wat klink jij sjaggie zeg,’ stelde haar dochter vast. ‘Nog niks gescoord zeker?’ Leonoor slaakte een diepe zucht, die door de scherpzinnige puber onmiddellijk werd begrepen. ‘Koop een stressbroek,’ adviseerde ze, ‘die rekken lekker mee.’ Stretch, dacht Leonoor, dat kon nog weleens de oplossing zijn. Ze keek op haar horloge. ‘Heb je pauze?’
‘Inval,’ antwoordde Bibi. ‘Ik mocht snel een boek uit mijn kluisje halen en dacht ik bel je even.’

‘Zomaar?’ Leonoor kon het zich niet voorstellen.
‘Nou, eigenlijk niet. Burgerking wil dat je vanmiddag langskomt. Of je hier om half vier kunt zijn.’ Onmiddellijk schoot Leonoor weer in de stress. Verdorie, begon ze net een beetje te ontspannen, liep het zweet ineens weer over haar rug. ‘Wat heb je uitgespookt?’ wilde ze weten.
‘Niets,’ antwoordde Bibi. ‘’k Moet gaan. Later!’ Weg was ze.

Niets uitgespookt, dacht Leonoor. Misschien was dat wel het probleem. Nu moest ze zich ook nog haasten om op tijd terug te zijn voor een gesprek met Bibi’s arrogante leraar Duits en mentor, meneer Burgering. Met een rode kop dacht ze terug aan hun eerste kennismaking waarbij ze, net als Bibi, zijn naam had verbasterd. Wat hadden sommige leraren toch weinig gevoel voor humor.

Leonoor stopte de telefoon terug in haar tasje. Er werd iets hards tegen haar rug geduwd: de rand van haar eigen dienblad.

‘Mag u houden,’ zei ze gul zonder om te kijken. Vijf minuten later liep ze de Bijenkorf uit zonder nieuwe kleren en zonder te hebben betaald voor de weggegeven lunch. Plotseling opgekomen zenuwen, alsof ze weer een puber was, zorgden ervoor dat haar hongergevoel totaal verdwenen was.