Hoofdstuk “Peggy liet liever haar lange haren wapperen”

Schaamrode auto

Peggy reed met Marga mee en ze schaamde zich dood. Ze had nooit tegen haar moeten zeggen dat ze haar tuin wilde laten betegelen. ‘Tegels?’ riep Marga meteen. ‘Doe dat nooit! Dan kan het regenwater niet meer weg en het afwateringsprobleem is al zo groot.’ Waarop Peggy zich had laten overhalen om met Marga’s hulp haar tuin eens een goede opknapbeurt te geven. Stom, want nu zat ze naast die natuurfreak in een rode Renault Kangoo, zo’n hondenhok waar lekker veel in kan. Met een grijs kenteken, hoe kon het ook anders. Marga wist een tuincentrum waar ze alles hadden, van winterharde violen tot de mooiste sierstruiken. ‘De herfst is hét jaargetijde om je groene handen te laten wapperen,’ vond Marga. Maar Peggy liet liever haar lange haren wapperen in haar eigen cabrio.

Peggy was dol haar auto. Ze kon zich geen leven voorstellen zonder. Niet alleen omdat ze hem nodig had om, dikwijls in de randen van de nacht, naar haar werk te gaan. Ze kreeg van autorijden elke keer een enorme kick. Behalve als ze achter zo’n kruiper reed als Marga. Niet te geloven, wat was die vrouw traag. Logisch dat ze door iedereen werden ingehaald. Als Peggy zelf achter het stuur zat, kreeg niemand die kans. Zodra ze het gaspedaal intrapte lag de wereld letterlijk en figuurlijk aan haar voeten. Ze was oppermachtig en sinds kort vermoedde ze dat ze op zo’n moment over meer testosteron beschikte dan haar vader. Rare man. Ze hield veel van hem, eigenlijk kon ze het altijd veel beter met hem vinden dan met haar moeder. Maar ze begreep wel dat haar moeder door de scheiding verbitterd was. Noemde ma hem vroeger nog gekscherend The Judge, tegenwoordig had ze het over The Jurk.

Pa was naar een splinternieuw appartement in de stad verhuisd en had ma in hun oude huis achtergelaten. Sinds zijn onthullingen had Peggy haar vader een paar keer gezien, maar ze waren er allebei in geslaagd om consequent om de hete brij heen te draaien. Waar pa al dan niet getransformeerd uithing, wilde Peggy niet weten. Ze had hem wel gevraagd om niet meer naar De Club te gaan, omdat hij daar de achternichten tegen het lijf kon lopen. Ze kon het niet opbrengen om haar vader tegenover de achterburen te verdedigen. Of tegenover welke buur dan ook. Wat betreft haar ouders zat ze met een enorm loyaliteitsprobleem, waar ze uit schaamte met niemand over praatte. Behalve via Skype met haar broer in Australië. Maar Tom kon letterlijk en figuurlijk afstand nemen en deed vooral lacherig over de hele situatie.

‘Hoe is het eigenlijk met je vader?’ vroeg Marga volkomen uit het niets. Jasses, kan ze ook al gedachten lezen? vroeg Peggy zich af. Na die rotopmerking van de achterbuurmannen bij de bloembak had Marga nooit ergens naar gevraagd. Waarom nu ineens wel? Peggy veinsde een hoestbui zodat ze tijd kon rekken. En ze had geluk. Want Marga trapte plotseling keihard op de rem en draaide de Kangoo een dam op, waar ze hem vlakbij een hek parkeerde. Wat een actie. Zou er iets zijn met Marga’s eigen afwateringssysteem?

‘Ik schrik me rot,’ zei Peggy. ‘Moet je plassen?’
‘Kijk, daar!’ Marga wees naar het weiland achter het hek waar zo’n suffe kudde schapen liep, verder was er niets te zien. Maar schijn kan bedriegen.