Hoofdstuk “Eerst op zijn kont, daarna voorzichtig op vier poten”

Arm Schaap

Het houten hek had stevige, brede planken en was gelukkig berekend op Marga’s gewicht. Terwijl Marga eroverheen klom, mompelde ze zacht: ‘bedankt buuf.’ Zo blij was ze dat Leonoor haar had meegesleept naar de sportschool, anders was het haar nooit gelukt deze horde te nemen. In het weiland wilde ze het meteen op een hollen zetten, want er mocht geen tijd verloren gaan. Maar ze had Peggy nodig bij haar reddingsactie, en die schoot niet op. ‘Sorry hoor, dit is gewoon niet te dóen met een skinny,’ klaagde Peggy. Marga had geen idee waar ze het over had. Peggy zat inmiddels boven op het hek, met de bovenste plank tussen haar benen geklemd. Ze had niet door dat haast geboden was.

Voor de tweede keer wees Marga naar het schaap dat achterin het weiland op zijn rug lag, de vier pootjes strak omhoog. ‘Dat beest ligt gewoon lekker te chillen,’ meende Peggy. ‘Als chillen dóódgaan betekent, dan klopt het,’ reageerde Marga. ‘Zoiets heet een verwenteld schaap. Die komt echt niet meer uit zichzelf terug. Zijn darmen zijn naar beneden gezakt en drukken waarschijnlijk op zijn longen.’ Met dit lesje schaapkunde kon Peggy in de toekomst misschien ook levens redden, hoopte Marga. ‘Kom op,’ riep ze. ‘We moeten hem zo snel mogelijk overeind helpen.’

‘Bel dan de boer,’ stelde Peggy voor. ‘Die is per slot van rekening verantwoordelijk voor dat verwende schaap.’ ‘Als jij weet wie dat is, … ga je gang,’ snauwde Marga en ze sprintte weg. Een dier in nood bezorgde haar veel adrenaline. Halverwege het weiland keek ze om en zag ze Peggy als een waggelende eend achter zich aankomen. Onvoorstelbaar, dacht Marga. Wie trekt er nou hoge hakken aan als ze naar een tuincentrum gaat.

‘Wat nu?’ hijgde Peggy. ‘Volgens mij is hij al dood.’ Ze stonden bij het dier, dat inderdaad bewegingloos op zijn rug lag. Marga was ervan overtuigd dat er nog wat te redden viel. ‘Zullen we hem dan maar een zetje geven?’ stelde Peggy voor. ‘Rolt hij vast vanzelf weer de goeie kant op.’ ‘Nóóit doen!’ riep Marga met haar wijsvinger omhoog. ‘Dan krijgt hij een maagkanteling en gaat hij alsnog dood. We zetten hem eerst op zijn kont en een tijdje daarna voorzichtig op vier poten. Niet aan zijn vacht trekken, we pakken hem in zijn liezen.’ ‘Vergeet het maar,’ antwoordde Peggy met een vies gezicht. ‘O kijk, daar loopt iemand in een blauwe overall met zijn armen te zwaaien. Vast een boer.’ Enthousiast zwaaide ze terug. Heel fijn, dacht Marga. Hulp van een professional.

Zonder al te veel woorden, alsof ze al jaren een hecht team waren, zetten Marga en de boer het zware schaap eerst in zithouding en daarna op vier poten. Pas toen het dier weer begon te grazen, was Marga helemaal opgelucht. ‘Zo, da’s ook weer klaar,’ zei de boer tevreden en Marga kon dit alleen maar beamen. Peggy had het tafereel van een afstandje staan bekijken. Ze deed Marga aan Yvon Jaspers denken. Alleen had Yvon altijd handige laarsjes aan en Peggy hakken, die diep weggezakt waren in de drassige grond. Pissig nam Peggy de schade aan haar ongetwijfeld dure schoenen op. ‘Shit, shit, shit!’ schreeuwde ze. Haar uitval joeg een paar schapen de stuipen op het lijf. Zij zetten het op een lopen en een zwart exemplaar liep regelrecht de sloot in. De boer aarzelde geen moment, sprong ook in de sloot en bracht samen met Marga het schaap weer op het droge.

Het was lang geleden dat Marga zich zo nuttig had gevoeld. Met dank aan die onnozele Peggy. Haar buurvrouw stond nog steeds aan de grond genageld. ‘Moet dat schaap niet worden afgedroogd?’ riep Peggy enigszins schuldbewust. ‘Ja hoor,’ antwoordde de boer. ‘En als het regent hang ik er een parapluutje boven.’ Bijna rolde Marga nu zelf op haar rug – van het lachen.