Hoofdstuk “Ik ben haar vader, weet je nog?”

Ruzie om een kind

Erik liep rond als een tijger in een kooi. Dat beeld riep hij bij Leonoor op, met zijn lange, grofgebouwde lichaam in het iets te kleine huiskamertje. ‘Onzin!’ brulde hij. ‘Wat een idioot plan! Haal het niet in je hoofd om zoiets achter mijn rug om te doen. Ik ben faliekant tegen en ik heb evenveel rechten als jij. Ik ben haar vader, weet je nog?’ ‘IK weet dat nog, ja,’ antwoordde Leonoor. ‘Maar ik had de laatste tijd sterk de indruk dat jij dat zélf niet meer wist.’ Ze begreep geen klap van zijn opwinding want ze wilden toch allebei het beste voor Bibi? ‘Waarom ben je zo boos?’ vroeg ze. ‘Omdat jij met onze dochter naar een of andere zielenknijper wilt terwijl er niks met dat kind aan de hand is,’ antwoordde hij. ‘Het is gewoon een gezonde puber, mag dat tegenwoordig niet meer?’

‘Het gaat niet goed met haar, Erik. Ze presteert beneden haar niveau en daar heeft ze zelf last van. Niet alleen op school, ook in het dagelijks leven. En ga alsjeblieft eens zitten.’ Zijn heen en weer gebanjer begon Leonoor te irriteren. Erik bleef wel staan, maar had de rust niet om te gaan zitten. Dus stond Leonoor zuchtend op uit haar stoel want ze hield er niet van als iemand op haar neerkeek. ‘Ze is gewoon een lieve, luie griet,’ zei Erik. Zijn blik werd ineens zachter. ‘Jongen, dat is precies het probleem. Iedereen denkt, net als jij, dat ze lui is. Maar het lukt haar niet om haar kop bij de les te houden. Letterlijk en figuurlijk. Daarom wil ik dat ze wordt getest. Op ADD.’ ‘Ik word gek van al die afkortingen,’ reageerde Erik weer fel. ‘Plak er maar een etiketje op, hang er een rugzakje aan en je kind kan met een gerust hart naar school. Iedereen heeft ineens begrip voor alle wanprestaties.’

Leonoor werd er een beetje wanhopig van. Ze had allerlei artikelen van het internet afgedrukt en aan hem gegeven. Maar hij wilde er gewoon niet aan. Zijn dochter was volmaakt, er kón niets met haar zijn. Alsof zijn kind plotseling iemand anders werd, iemand op wie hij niet meer trots kon zijn. ‘Volgens mij denk jij dat Bibi met zo’n etiketje ineens de miskoop van de maand is,’ merkte Leonoor op. ‘Je wilt niet dat ze van het voetstuk valt waar jij haar ooit op hebt gezet. Door dat voetstuk wilde je ook geen tweede kind. Omdat je bang was dat je van een tweede nooit zoveel zou kunnen houden als van Bibi.’ Al jaren zat dat haar dwars: Erik had haar een tweede kind onthouden. Diep in haar hart had Leonoor dat nooit kunnen verkroppen. Voor het eerst tijdens dit gesprek voelde ze een enorme woede opkomen.

Met een heet en rood hoofd stond Leonoor voor hem. ‘Als je zoveel van je dochter hield, had je ervoor gezorgd dat ze geen enig kind was gebleven,’ smeet ze haar man voor de voeten. Ooit had ze zich voorgenomen het onderwerp te laten rusten. Het was weggestopt op een veilige plek dacht ze, maar de plek bleek een puist die ineens openbarstte. Erik leek de beelden in haar hoofd te kunnen raden: ‘Etterbak die je bent!’ schreeuwde hij. Hij liep naar de gang, trok zijn jas aan, pakte zijn sleutelbos en stak zijn hoofd om de deur. ‘We gaan scheiden. Je hoort nog wel van mijn advocaat.’ Met een dreun trok hij de voordeur achter zich dicht.

Verbouwereerd bleef Leonoor achter. Ze wist niet wat ze moest denken en daarom dacht ze maar niets. Als in een roes trok ze de koelkast open om de witte wijn te pakken. Nog voor ze de bank had bereikt was haar glas al bijna leeg. Wat een ellende. Als Bibi straks thuis kwam, hoe moest ze dit dan in ’s hemelsnaam aan haar uitleggen?

Voor Leonoors gevoel waren er uren verstreken, maar de klok was drie kwartier verder toen de huiskamer weer werd gevuld met Eriks grote lijf. Leonoors hart sloeg een paar keer over. Kwam hij zijn spullen pakken, wilde hij verder praten – ook al zat dat niet in zijn aard? Of wilde hij eerst afscheid nemen van zijn kind? Misschien wilde hij Bibi wel meenemen, verschrikkelijk…

‘Noortje,’ zei hij. ‘Dit is zinloos. Ik héb helemaal geen advocaat.’ Hij glimlachte verlegen. Vertederd pakte Leonoor met beide handen zijn gezicht en er volgde een lange zoen. Ze dacht aan de afspraak die ze voor Bibi bij een jeugdpsychiater had gemaakt. Het was beter als ze dat nog een tijdje voor zich hield.