Hoofdstuk “Pak jij alvast de kaartjes?”

Uitje

Ze wandelden langs de Amstel naar Carré en genoten alle drie van de omgeving. De vele lichtjes, voor een deel weerkaatsend in het water, de mooie oude gevels, de drukte op straat. Heel wat anders dan de Begoniastraat. Het leek wel een feestje. En dat was ook de bedoeling, want de buufs hadden Marga voor haar tweeënzestigste verjaardag kaartjes voor de show van Willeke Alberti cadeau gedaan. Peggy was wel bereid geweest om een financiële bijdrage te leveren, maar was niet meegegaan. Zogenaamd omdat ze na het schaapavontuur geen geschikte uitgaansschoenen meer had.

Leonoor wees naar de schitterend verlichte Magere Brug. ‘Daar heb ik in mijn studietijd mijn eerste grote liefde gezoend,’ zei ze met iets van heimwee in haar stem. ‘Remco heette hij, een ongelooflijke bink. Iedereen wilde hem, maar ik hád hem. Althans, voor een tijdje. Ik was toen nog net zo mager als die brug.’ ‘Heb je al gezien hoe Willeke is uitgedijd?’ haakte Estelle gretig in op Leonoors vetprobleem. ‘Moeten jullie straks maar eens opletten.’

Theater Carré stond ondanks zijn 125 jaar nog in volle glorie te pronken. ‘Geweldig,’ zei Marga. ‘Dat gebouw is veel ouder dan ik en nog steeds een genot om naar te kijken.’ ‘Dat was echt niet gelukt zonder een flinke opknapbeurt,’ zei Leonoor met een grijns. Als het aan Peggy had gelegen was Marga getrakteerd op een dagje Beautyfarm. ‘Een Farm – dat is helemaal haar ding,’ betoogde ze. Maar Leonoor vond dat in het geval van Marga parels voor de zwijnen werpen. En ze had er stiekem zelf ook een beetje moeite mee als onbekenden haar vlees zouden kneden.

‘Pak jij alvast de kaartjes?’, vroeg Leonoor voor de ingang van Carré. Marga keek haar verbaasd aan. ‘Die heb ik niet. Ik heb van jullie alleen een verjaardagskaart gekregen waarop stond dat we hier naartoe zouden gaan.’ Leonoor wendde zich tot Estelle: ‘Kom maar op dan, jij hebt ze besteld.’ ‘Helemáál niet,’ reageerde Estelle verontwaardigd. ‘Dat zou jij doen.’ Ook al kon Leonoor zich niets van die afspraak herinneren, ze voelde het bloed naar haar hoofd stijgen. Ze had zoveel aan haar kop de laatste tijd, het was goed mogelijk dat ze door háár nalatigheid hier voor Jan met de korte achternaam stonden. ‘Echt? Sorry, maar ik weet van niks,’ stamelde ze schuldbewust.

‘Stommeling!’ riep Estelle en ze haalde met haar handtasje uit naar Leonoors schouder. ‘Hou op!’ riep Marga, want ze zag bij Leonoor de tranen in haar ogen springen. ‘We kunnen binnen nog proberen om kaartjes te krijgen.’ Estelle was eigenlijk opgelucht dat ze niet de hele avond bij Willeke hoefde te zitten. Ze vond het alleen sneu voor Marga. Zelf dacht ze bij Willeke vooral aan de crematie van haar oma, die haar familie had opgedragen drie keer Telkens Weer te laten horen. ‘Er zijn vast alleen nog plaatsen op het balkon,’ zei Estelle snel. ‘En Leonoor heeft hoogtevrees.’ ‘Weet je wat,’ reageerde Marga. ‘We gaan de kroeg in. We zijn hier nu toch en ik snak naar een borrel.’

Leonoor hield haar derde glas omhoog. ‘Op de hoogtepunten van Willeke Alberti,’ toostte ze. ‘En de ballen,’ voegde Marga met dubbele tong toe. Ze pakte nog een bitterbal. ‘Je moet zeilen op de wind van vandaag,’ zong Leonoor vals. ‘De wind van gisteren helpt je niet vooruit. De wind van morgen blijft misschien wel uit…’ Estelle was blij dat het vol en lawaaiig was in het café. ‘Hé, kennen jullie die mop van drie buufs die naar Willeke Alberti gingen?’ vroeg Leonoor. ‘Nee,’ zei Estelle. ‘Is daar een mop van? Toevallig zeg.’