Hoofdstuk “Laat de armoe de pest maar krijgen.”

Sint heeft er zin in

Estelle was de wanhoop nabij. Hoe Jeffrey ook probeerde haar tot rust te manen, ze bleef zich druk maken om het 5-decemberfeest op de basisschool. Met andere ouders van het Sinterklaascomité had ze alles tot in de puntjes geregeld. En wat was er gebeurd? Sinterklaas had zich in de middag van 4 december ziek gemeld.

’s Avonds om zeven uur was het Estelle nog steeds niet gelukt een vervanger te vinden. Iedere andere goede Sint was allang volgeboekt. Charlene en Ashley zagen al voor zich hoe de kleintjes op school de hele ochtend zouden zoeken naar een Sint die niet kwam opdagen. ‘Dat wordt jánken,‘ riep Charlene. En de meiden barstten samen uit in een hartverscheurende huilbui, die niet van echt te onderscheiden was. Het werd Estelle te veel. Met haar handen op haar oren liep ze de deur uit. Op straat bleef ze staan. Ze keek naar de voordeuren van haar buren, maar ook daar kwam geen goedheiligman uit. Hoewel…?

‘Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt,’ antwoordde Gerard op de vraag van Estelle of hij de volgende dag Sinterklaas wilde zijn. ‘Over die kale kop van jou kan anders makkelijk een pruik worden getrokken,’ zei Marga. ‘En zo’n baard is goed voor je mannelijkheid.’ ‘Ja, en die jurk zeker ook,’ sputterde Gerard tegen. ‘Ik ben trouwens helemaal niet goed met kleine kinderen. Dat kun je beter aan een echte bisschop overlaten.’ ‘Zo kan die wel weer, ouwe mopperkop. Je gaat het maar mooi doen, heb je weer eens wat om handen,’ beval Marga. Gerard slaakte een diepe zucht, liep naar de keuken, kwam terug met een leeg borrelglaasje en een fles Bokma en bromde: ‘Nou goed dan.’ Estelle maakte een sprongetje van blijdschap en gaf hem een dikke pakkerd. ‘En weet je wat zo leuk is?’ durfde ze nu te zeggen. ‘Je wordt naar school gebracht met een brandweerwagen.’

Alle kinderen én Estelle keken vol verwachting uit naar de komst van Sint Nicolaas, maar Estelle was waarschijnlijk het meest nerveus. Op het schoolplein stookten drie Pieten een vuurtje – niet om hun baas te kunnen opwarmen, maar om de brandweer in actie te krijgen. En met succes. Met gillende sirene en zwaailicht kwam een brandweerauto aan gesjeesd. Sinterklaas zat met rode konen naast de bestuurder, die er lol in had om pas op het allerlaatste moment, vlak voor de school, op de rem te trappen. Sint schoot naar voren, waardoor zijn mijter halverwege zijn gezicht kwam te hangen en zijn baard naast zijn rechteroor.

Estelle slaakte een gil. Ze hoorde andere ouders lachen en holde naar de wagen om de arme bisschop weer in ordentelijke staat te brengen. In de cabine hing een penetrante alcoholgeur. Bulderend van het lachen en veel te kwiek sprong de Sint uit de brandweerwagen. Hij vergat zijn staf, die hij gezien zijn zwalkende tred wel nodig had. Gelukkig stond binnen, in de pauzeruimte, een grote stoel voor hem klaar. Hij liet zich achterovervallen en zong onmiddellijk uit volle borst een paar Sinterklaasliedjes mee. Estelle had nog nooit zo’n uitbundige Sint meegemaakt.

Hij lag in een deuk bij elk liedje en dansje dat voor hem werd opgevoerd en trok in zijn enthousiasme zelfs de directrice op zijn schoot. Nagelbijtend trok Estelle zich terug in een hoekje. ‘Jullie zijn gewéldig!’ brulde de Sint. Zijn Pieten knikten. ‘Ik weet het goed gemaakt….’ Hij zwaaide met het grote boek. ‘Jullie krijgen dit jaar allemaal een dúúr cadeau. ALLEMAAL!’ De kinderen juichten. ‘Sinterklaas, het is crisis,’ probeerde een Piet nog. ‘Niks crisis!’ riep de goedheiligman. ‘Laat de armoe de pest maar krijgen!’

‘Hey mam.’ Charlene was naast haar moeder gaan staan. ‘Ik wil graag een iPad.’ ‘En ik de nieuwe iPod-touch,’ zei Ashley. Estelle zuchtte eens diep. ‘Ga straks maar halen bij Sinterklaas,’ zei ze. ‘Hij woont twee deuren bij ons vandaan.’