Hoofdstuk “Hoe krijg je dát nou voor elkaar?”

Eerst even pinnen

Het hele weekend had Peggy hard gewerkt en nu had ze zomaar een doordeweekse vrije dag. Uitgeslapen en fris gedoucht stond ze in haar keuken. Met een glimlach liet ze haar koffiemachine een cappuccino voor haar maken. Wat sta ik weinig aan dit aanrecht, bedacht ze. Koken deed ze zelden. Haar drie jaar oude pannenset zag er nog fonkelnieuw uit. Op één pan na, die ze ooit op de plavuizen keukenvloer had gesmeten omdat er iets in was aangebrand. Waar bleef het kookboek Koken is echt niet mijn ding? Ze had behoefte aan recepten voor mensen met weinig geduld, en met een weerbarstige geest op het moment dat er enige culinaire creativiteit werd verlangd. Als meneer Spencer in de jaren veertig niet bij toeval de magnetron had uitgevonden, had ze geen leven gehad. Nou ja, zonder traiteurs en de kookkunsten van talloze anderen was die magnetron ook alleen maar decoratie in haar keuken geweest.

Vandaag had Peggy het voor elkaar: haar vader wilde haar mee uit eten nemen. ‘Gezellig bijkletsen,’ had hij gezegd. Peggy betwijfelde of het echt gezellig zou worden en ze vermoedde dat pa vooral háár zou bijkletsen en niet andersom. Vroeger kon ze af en toe met hem práten, maar sinds hij uit de klerenkast was, bleef het bij kletsen. Ze was daar zelf debet aan, dat wist ze best. Ze had geen enkele behoefte aan haar vaders zielenroerselen en probeerde hun gesprekken zo oppervlakkig mogelijk te houden. ‘Geen ontboezemingen,’ zei Peggy hardop. Raar woord eigenlijk, ontboezemingen. Ze pakte de nieuwe Vogue en nestelde ze zich in een hoek van haar bank.

Ze trok een beeldschoon, duur jurkje aan en haar lange laarzen met hoge hakken. Want ze wilde op haar mooist voor de dag komen en als het even kon haar vader de ogen uitsteken.  Het was een ijskoude avond, haar adem bleef hangen in de lucht. Er waren nauwelijks mensen op straat. Vrijwel elk huis had gesloten gordijnen, zodat de warmte van het gezinsleven en de aankomende kerstdagen binnen bleef. Een gevoel van eenzaamheid overviel Peggy. Ze kreeg tranen in haar ogen en bedacht dat dit door de kou moest komen. In de verte, vlakbij het restaurant waar ze hadden afgesproken, zag ze de vertrouwde gestalte van haar vader opduiken. Ze was er onverwacht blij mee. Zoals hij daar stond, was hij weer de man die haar op de wereld had gezet en in veiligheid had grootgebracht. Iemand die haar, en veel andere mensen, had willen beschermen tegen het kwaad in de maatschappij.

‘Dag schatje,’ zei hij. ‘Wat een genot om je weer te zien. Heb je er zin in? Ik wel!’ ‘Ik ben bevroren,’ antwoordde Peggy. ‘Niet normaal zo koud als het is.’ Ze gaf hem drie zoenen op zijn koele wangen. ‘Binnen zul je vast wel ontdooien,’ veronderstelde haar vader. Maar vind je het erg als ik nog even wat geld ga halen? Ik heb helemaal geen contanten meer.’ Hij maakte een knikkende beweging in de richting van een pinautomaat, twintig meter verderop. ‘Blijf hier maar even staan, ik ben zo terug.’

Bibberend stond ze op hem te wachten. Dat jurkje was een beetje te dun voor de tijd van het jaar. Wat was pa toch lang bij die automaat aan het rommelen. Wist hij zijn pincode niet meer? Of moest hij van verschillende rekeningen opnemen? ‘Help!’ riep hij tot haar schrik. ‘Help me even!’ Met stijve ledematen liep ze naar hem toe. Hij was bezig zijn pasje uit de automaat te halen, maar dat lukte niet. ‘Ik zit met mijn nagel vast in de gleuf,’ piepte hij.

‘Nagel? Hoe krijg je dát nou voor elkaar?’ Hij hield zijn linkerhand omhoog en liet haar zijn lange nepnagels zien. ‘Ik was gisteravond op een feestje,’ verklaarde hij. ‘Vergeten eraf te halen.’ Zijn rechterwijsvinger zat muurvast. Hulpeloos keek hij haar aan. Even overwoog ze om hem zo een tijdje te laten staan. ‘Dit is ongelooflijk gênant pa,’ zei ze. Ze deed haar tasje open en haalde er een nagelschaartje uit. Voorzichtig knipte ze hem los, waarbij ze ook een stukje uit zijn pinpasje knipte. Shit, hij had toch wel genoeg geld opgenomen? Anders moest ze ook nog voor het eten betalen straks. Maar voor die tijd moesten al die nagels eraf, want zo ging ze echt niet met haar vader in een restaurant zitten.