Hoofdstuk “Het vooruitzicht van een schoonmoederloze kerst”

Wat doen we met moeder?

‘Ik zit weer met mijn moeder in mijn maag,’ zei Marga met een somber gezicht. Ze had Leonoor en Estelle over de vloer, om zich met zijn drieën geestelijk voor te bereiden op de feestdagen. Estelle nipte van haar Glühwein en vroeg: ‘Je moeder? Lééft die nog?’ Het was Leonoor al vaker opgevallen dat mensen van boven de veertig verondersteld werden wees te zijn.

Estelle deed er nog een schepje bovenop: ‘Die moeder van jou moet dan minstens honderd zijn.’ ‘Ze is zesentachtig, maar nog heel goed bij haar hoofd hoor,’ antwoordde Marga verontschuldigend. ‘Alleen haal ik haar met de kerstdagen liever niet meer in huis, want ze vraagt zoveel aandacht. Ze zit altijd op alles en iedereen te vitten, vooral op mijn schoondochters. En steeds dat gezeur over al die kwalen. Maar ja…’  Marga staarde mismoedig naar haar Fairtrade kerstboom, waarin de gekleurde lampjes vrolijk knipperden. ‘Gerard wil haar niet meer ophalen, omdat ze onderweg al continu commentaar zit te leveren op zijn rijstijl.’

‘Kan ze niet naar je zus?’ vroeg Leonoor. ‘Die woont toch ergens in Brabant? Ook leuk, als je ervan houdt.’ Marga haalde een boekje tevoorschijn dat ze jaren geleden van haar zus had gekregen. Wat doen we met moeder met de feestdagen? heette het. ‘Een pakkende titel,’ vond Leonoor. ‘Dat vond mijn zuster ook,’ reageerde Marga. ‘Sinds ik dat boek in huis heb, is het helemaal mijn probleem en zit zij elk jaar met de kerst in Spanje.’ ‘Bah wat egoïstisch,’ riep Estelle uit. Leonoor besloot Marga uit de put te halen. ‘Dan zou ik nu maar eens een jaar overslaan, ze heeft het ernaar gemaakt,’ zei ze ferm. ‘Dat is het beste voor iedereen.’

Marga nam Leonoors advies ter harte en ging twee dagen voor kerst, samen met Gerard, bij haar moeder op bezoek. Ze namen een kerstpakketje en een fles Pleegzuster Bloedwijn mee. Gerard had drie dagen lopen mokken, maar het vooruitzicht van een schoonmoederloze kerst had hem uiteindelijk over de streep getrokken. Ze moesten het ma alleen nog vertellen.

Ze stonden nog hun voeten af te vegen aan de voordeurmat met het woord Welkom erop, of het geklaag begon al. Marga’s moeder had nog steeds problemen met de nieuwe koelkast die ze een halfjaar geleden voor haar hadden gekocht. ‘Ik kan er maar niet aan wennen,’ jammerde ze voor de zoveelste keer. ‘Eerst zat het vriesvak bovenin, en nu onderin. Ik grijp alsmaar mis.’ ‘Ja dat weten we nou wel,’ gromde Gerard. ‘Weet je wat? We zetten dat ding op zijn kop, dan zijn we van het gezeik af.’

Schouderophalend slofte de bejaarde naar haar keukentje om drie koppen slappe Senseo te maken. Gerard zag zijn kans schoon en ging snel in zijn schoonmoeders relaxfauteuil zitten. Marga drentelde wat in het rond, ondertussen piekerend hoe ze de onheilstijding zo tactisch mogelijk kon brengen. Verbaasd bleef ze bij een deur staan waaraan haar moeder de kerst- en nieuwjaarskaarten aan rode linten had opgehangen. ‘Onvoorstelbaar,’ mompelde Marga. ‘Wat een hoop kaarten.’ Ze verbaasde zich over haar moeders populariteit. Voorzichtig klapte ze een dubbel kaartje open, nieuwsgierig naar de afzender. De beste wensen voor 2003 las ze.  Ze bekeek een andere: een gelukkig en gezond 1998. En die eronder: dat 2001 maar een mooi jaar mag worden. Met trillende vingers pakte Marga er nog een, en nog een. Tot ze ze allemaal had gezien. Al die kaarten waren van jaren geleden. Haar moeder had ze blijkbaar jarenlang bewaard en nu weer opgehangen.

‘Zo,’ zei Marga’s moeder. ‘Waarom zijn jullie nu al gekomen? Het is toch nog geen kerst?’ ‘Nee ma,’ antwoordde Marga schor. Ze durfde Gerard niet aan te kijken. ‘We komen je gewoon wat eerder halen.  Dan ben je niet zo alleen.’