Hoofdstuk “Ik vermoord je als je hem kwijt bent”

De auto kwijt in Keulen

Het was een lumineus idee van Peggy geweest om met zijn vieren een uitstapje naar Keulen te maken. Estelle, Leonoor en Marga waren ook helemaal aan een buitenlands verzetje toe. Ze wisten niet dat je in Keulen zulke leuke winkels had en prezen Peggy de hemel in, aan het eind van een heerlijk dagje shoppen. Hun voeten deden pijn van het slenteren door de autovrije Altstadt en daarbuiten. Hun enorme buit hadden ze uitgestald op de grote houten tafel waar ze omheen zaten. ‘Prosit!’ riep Marga. ‘Op de leukste buuf van de Begoniastraat.’ Ze hield een megagrote bierpul omhoog. Peggy lachte een weinig bescheiden lach, waarmee ze de aandacht trok van een groepje mannen aan de Stammtisch in het Brauhaus. Estelle giechelde. Ze nam een flinke slok bier en zat weer eens voor gek met een witte snor, die er door Leonoor vrij hardhandig met een papieren zakdoekje werd afgeveegd.

Leonoor baalde ervan dat ze het bij één pils moest laten. Zij was de Bob. De Bob is de Lul, beklaagde ze zichzelf in gedachten. Als je je auto aanbood, was je vanzelf de chauffeur. Maar ja, ze had weinig keus. In Peggy’s sportwagentje pasten maar twee mensen, Marga’s auto was door Gerard “geconfisqueerd” en Estelle had een hekel aan het gejakker op de Duitse Autobahn. Leonoors auto was bovendien de enige met een Duits milieuvignet. En met winterbanden – die had Erik er in oktober al onder gezet. In huis konden ze hun nek breken over de rotzooi, maar buitenshuis was Erik bijzonder alert als het om veiligheidsregels ging.

Na een voedzame maaltijd, zoals je die van een Brauhaus mocht verwachten, besloten ze op te stappen. Leonoor rekende af aan de bar en werd op de terugweg naar haar tafel door een aangeschoten Keulenaar bij haar arm gepakt. Nein Mann, ich will noch nicht gehen. Ich will noch ein bisschen tanzen, zong hij. Op de zeurende toon die veel Duitsers eigen is. Laserkraft 3D, wist Leonoor. Bibi’s inspiratiebron als ze Duits zat te leren. De man had haar inmiddels stevig vast, het bier stroomde bijna uit zijn poriën. Met veel moeite wist Leonoor zich uit de handen van de Duitser te bevrijden.

De avondlucht was behoorlijk koud, waardoor de alcohol er bij Peggy, Estelle en Marga nog meer in hakte. Hun lijven waren zwaar van het bier en het eten, hun armen deden pijn van de vele tassen die ze met zich mee zeulden. Het leek of ze met de minuut langzamer gingen lopen. ‘Kom op, de auto kan nooit meer ver weg zijn,’ sprak Leonoor hen moed in. Ze keek hoopvol naar Estelle, omdat zij de naam van de straat had opgeschreven waar ze de auto geparkeerd hadden. ‘Kijk even op je briefje,’ zei ze. Ze bleven staan, terwijl Estelle in haar handtasje graaide. ‘Ik vermoord je als je hem kwijt bent,’ dreigde Peggy. ‘Helemaal niet nodig,’ riep Estelle. Triomfantelijk hield ze een wit papiertje omhoog.

Leonoor zocht alvast google maps in haar telefoon op en stond klaar om de straatnaam in te tikken. ‘Nou, zeg het maar.’ Estelle staarde naar de koeieletters op haar briefje. Haar drie buufs wachtten gespannen af. ‘Ja hoor, dit is het,’ wist Estelle zeker. ‘Het stond op een bord.’ Langzaam en duidelijk las ze voor wat ze had opgeschreven: ‘Einbahnstrasse.’