Hoofdstuk “ Ze zag haar eigen grafsteen voor zich: Eindelijk rust”

Multitasken

Leonoor had eindelijk moed verzameld om aan het werk te gaan. Maar eerst moest ze de rommel opruimen die Bibi had achtergelaten. Terwijl de computer bezig was de programma’s op te starten, schoof Leonoor de mislukte prints van haar dochters werkstuk in de papiervernietiger. Links en rechts van haar toetsenbord lagen bibliotheekboeken nog open op de bladzijden die Bibi had gelezen en gekopieerd. Leonoor legde ze op een stapel op Bibi’s eigen bureau, in de hoop dat haar dochter de puinhoop eromheen dit weekend zou wegwerken. Na dit klusje vond ze dat ze een kop koffie had verdiend. In de keuken maakte ze inktzwarte koffie, waar ze een dikke plak ontbijtkoek met roomboter bij deed. Tevreden nam ze een hap. Goddelijk.

‘Ze krijgt een eigen printer,’ zei ze met volle mond tegen Sloeber. De boxer keek verlangend naar haar koek en klapperde met zijn hangwangen.

‘Als je maar niet denkt dat ik jouw rotzooi ook nog eens ga opruimen,’ sprak Leonoor hem bestraffend toe. Maar ja, wie moest het anders doen? Ze pakte een stuk keukenpapier en veegde de klodders kwijl van de keukenkastjes. De hond had iets van een slachtoffer over zich. Net als Bibi wanneer er wat van haar werd verwacht. Leonoor was het soms zo zat om haar kind te moeten activeren.

‘Als het aan jou ligt werk ik me dood,’ zei Bibi laatst in de zoveelste onhebbelijke bui. ‘En weet je wat je dan op mijn grafsteen kunt zetten? Eindelijk opgeruimd.’ Erik moest daar erg om lachen, maar Leonoor vond het een wrange grap. Geef je moeder maar weer de schuld, dacht ze.

Met een kop koffie in haar hand liep ze de trap op. Van de spullen op de eerste drie treden probeerde ze met haar vrije hand iets mee te graaien. Een deel van de koffie klotste over haar truitje en vloekend bereikte ze haar kantoortje, de kleinste slaapkamer die helaas nooit voor een tweede kind nodig was geweest. Die trap met troep werd nog eens haar dood. Ze zag haar eigen grafsteen voor zich: Eindelijk rust stond erin gegraveerd.

Voordat Leonoor aan de vertaling van de tekst op haar beeldscherm begon, deed ze een was in de machine. Haar truitje kon er meteen bij. Straks moest ze de droger maar leeghalen. Snel nog even Eriks kleren in de kast hangen. Potverdorie, nu kwamen er zes vuile sokken tevoorschijn terwijl de was al draaide. Wat zou er gebeuren als ze die ook in de papiervernietiger zou stoppen? Met een grote boog wierp ze de stinksokken toch maar één voor één in de wasmand. Nauwelijks zat ze achter haar bureau of er werd aangebeld.

‘Nee,’ zei ze beslist. Opnieuw werd er gebeld. Toch maar naar beneden, je kon niet weten.

‘Goedemorgen mevrouw, ik heb een pakketje voor nummer 10. Maar daar is niemand. Mag ik het bij u afgeven?’ In de gang bekeek Leonoor het pakje eens goed. Het kwam van een online apotheek. Interessant. En opbeurend: misschien had Marga wel meer aan haar hoofd dan zij.