Hoofdstuk “Ik héb helemaal geen abonnement genomen!”

De valkuil van Pretium

‘Ma, hoe kun je zo stom zijn! Je moet nóóit met dat soort lui in zee gaan.’ Erik zat met zijn moeder aan de eettafel. Leonoor zette een dienblad neer met koffie en appeltaart. Haar schoonmoeder was een dagje op bezoek. Ze had zojuist iets uit een plastic tasje gehaald, waar Erik nu mee in zijn handen zat. ‘Wat is dat?’ vroeg Leonoor. ‘Dit is een welkomstpakket van Pretium,’ antwoordde Erik met veel nadruk op het laatste woord. ‘Je weet wel, die Telecom-oplichters. Zo’n beetje vaste gasten van Radar en Kassa.’ Hij wendde zich weer tot zijn moeder. ‘Je zit de hele dag voor de tv, ma. Hoe kun je dat dan gemist hebben?’

Eriks moeder wist doorgaans heel goed wat er op de wereld te koop was. En wat een ander verkeerd deed. Maar wat ze zelf in dit geval fout had gedaan, was haar een raadsel. ‘Ik héb helemaal geen abonnement genomen,’ zei ze. ‘Die man aan de telefoon zei dat hij van KPN was en een goedkoop aanbod had, en hij snapte best dat ik eerst even met mijn zoon wilde overleggen. Hij zou enkel wat informatie opsturen.’ Daarom had ze het welkomstpakket laten liggen tot ze Erik zou zien. ‘In de brief staat dat je binnen zeven dagen moet reageren als je er vanaf wilt. Dus je bent al te laat.’ Uit Eriks keel kwam een grommend geluid, dat hij ook maakte wanneer hij een boze droom had.

Leonoor pakte de laptop en zette haar leesbril op. “Pretium abonnement opzeggen” tikte ze in de google-balk. Wat er tevoorschijn kwam loog er niet om. De wanhoop van Erik was niet voor niets, concludeerde ze. Leonoor had, en dat gebeurde niet snel, compassie met haar schoonmoeder. Ze was de zoveelste in de rij van bedrogen bejaarden. En die Pretium-types waren zelf telefonisch nooit bereikbaar. Op hun website zag Leonoor het genereuze aanbod aan ouderen om gebruik te maken van de coulance-regeling. Bejaarden mochten wat langer doen over hun opzegging. Maar uit de vele reacties begreep Leonoor dat zo’n oudere bij nader inzien “wilsonbekwaam” moest zijn. En je kon veel van haar schoonmoeder zeggen, maar wilsonbekwaam was ze zeker niet.

‘Kun jij niet een briefje schrijven?’ vroeg Eriks moeder aan haar zoon. ‘Dat ik het verkeerd heb begrepen en bij KPN wil blijven. Dat snappen ze toch wel? Ze waren heel aardig aan de telefoon.’ ‘Natúúrlijk waren ze aardig!’ brulde Erik. ‘Ze wilden dat jij “ja” zou zeggen.’ Leonoors schoonmoeder schudde haar hoofd. ‘Ik heb alleen maar “ja” gezegd toen hij vroeg of mijn naam klopte. En ook toen hij mijn adres noemde.’ Over haar leesbril heen keek Leonoor naar haar man. ‘Een paar keer ja gezegd…’ zei ze. ‘Dat gebruiken ze. Meer hebben ze niet nodig.’ ‘Lelijke klootzakken!’ schold Erik.

Bibi lag op de bank naar muziek op haar Blackberry te luisteren. Met een verstoorde blik deed ze haar oortjes uit. ‘Ik hoor niks meer, pap,’ zei ze. ‘Waarom zit je zo te schreeuwen?’ In het kort legde Leonoor uit wat er aan de hand was. ‘En nou is je oma de pineut,’ voegde Erik eraan toe. ‘En dat zegt de man die laatst, aan de deur, van de een of andere gladjanus fucking lelijke kaarten heeft gekocht,’ reageerde Bibi smalend. ‘O ja,’ zei Leonoor. ‘Daar gingen ze zogenaamd cadeautjes voor kopen voor zieke kinderen. Waar was die vent ook alweer van?’ ‘De vereniging kanker bij kinderen,’ wist Bibi nog. Leonoor begon voor te lezen wat er allemaal onder dat kopje te vinden was. ‘Hou maar op,’ zei Erik met een rood hoofd.

‘Oma,’ zei Bibi. ‘Waarom laat je je niet inschrijven bij het bel-me-niet-register?’ ‘Goed idee!’ riep Erik. ‘Dat had je allang moeten doen.’ Zijn moeder schudde haar hoofd. ‘Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt,’ sprak ze ferm. ‘Ik vind het veel te leuk om gebeld te worden. Want als je altijd maar op een telefoontje van je kinderen moet wachten…’