Hoofdstuk “Ik wil niet dat mijn buren weten hoe vaak ik het doe”

Geen lente, wel geluid

Door het uitblijven van aangenaam lenteweer bleven de bewoners van de Begoniastraat binnen, in hun eigen huizen. Hun tuintjes waren toe aan aandacht, maar kregen die niet. De tuinmeubels bleven verstopt onder stevige hoezen. Marga hing nog elke dag nieuwe vetbollen voor de vogels op. Estelle gooide doorgesneden appeltjes naar buiten die ze ’s ochtends aan de meisjes had meegegeven naar school en ’s middags, met hoogstens een hapje eruit, weer uit hun trommeltjes haalde. De zon scheen, maar onvoldoende om de gemene kou uit de lucht te halen. Wat verlangde Estelle naar een beetje warmte en gezelligheid.

‘Heerlijk dat jullie er zijn,’ zei ze intens tevreden tegen haar drie buurvrouwen. ‘We spreken elkaar in deze tijd veel te weinig.’ ‘Een jaar geleden zaten we buiten op Leonoors zonnebank,’ herinnerde Peggy zich. Nu zaten ze bij Estelle binnen bij de open gashaard. Estelle had een pot thee en een schaal met biscuitjes neergezet en zag er tot haar verbazing ineens een fles Glühwein naast staan. ‘Die heb ik meegenomen,’ verklaarde Leonoor. ‘Hadden we nog over van Eriks kerstpakket. Hoe heter hoe beter, dacht ik zo.’

Estelle nam een slok thee en zei: ‘Over heet gesproken, wat erg hè, voor dat vrouwtje aan de overkant.’ Ze hield haar buurvrouwen graag op de hoogte van de gebeurtenissen in de buurt, maar deed dat altijd op een geheimzinnige toon en nooit rechtstreeks. ‘Kom op,’ zei Peggy geïrriteerd. ‘Voor de dag ermee. Wat is er met dat mens?’ ‘Bedoel je die in dat huis met dat ontzettend verwaarloosde tuintje?’ vroeg Marga. ‘Ja die,’ antwoordde Estelle. ‘Volgens mij wordt zij net zo verwaarloosd als de tuin,’ veronderstelde Leonoor. ‘Precies,’ zei Estelle. ‘En daarom was ze voor een tijdje bij haar zus gaan logeren. Zodat haar man over hun huwelijk kon nadenken en haar misschien zou gaan missen. Nou, mooi niet dus. Hij heeft meteen al een ander.’

‘Hoe weet jij dat nou? Ik zíe die man nooit,’ reageerde Leonoor. ‘Nee, maar Anouk, die rechts van hen woont, hóórt hen wel. Ze schijnen bijna elke nacht enorm te keer te gaan. If you know what I mean.’ Estelle volgde het voorbeeld van haar buufs en nam ook een glas Glühwein. ‘Misschien is zijn vrouw bij hem terug en hebben ze goedmaakseks,’ bedacht Peggy. Maar dat was volgens Estelle niet zo, want Anouk had haar buurvrouw nog nooit op hakken horen lopen. En nu hoorde ze steeds dat irritante geklik op de parketvloer. ‘O, maar dan is die man ineens travestiet geworden,’ zei Marga lachend. Geschrokken keken Estelle en Leonoor naar Peggy, maar zij zat gelukkig met haar hoofd ergens anders.

‘Onze huizen zijn óók nogal gehorig,’ mompelde Peggy. Gegeneerd keek Estelle een andere kant op. ‘Daarom ga ik mijn slaapkamer naar de zolder verhuizen,’ ging Peggy door. ‘Ik wil niet dat mijn buren weten hoe vaak ik het doe.’ ‘Heb je dan weer iemand?’ vroeg Leonoor. ‘Stomme vraag, buuf,’ vond Marga. ‘Peggy ziet er niet bepaald uit als iemand die droogstaat. Als het maar niet de overbuurman is.’ ‘Nee toch, Peggy? Iemands man afpakken dat doe jij niet hè?’ vroeg Estelle hoopvol.

Peggy gaf geen enkele sjoege en zat stijf in haar stoel. ‘Zag ik daar nou een muis lopen?’ ‘Leuke afleidingsmanoeuvre,’ zei Leonoor. ‘Nee, ik meen het.’ Peggy wees naar het vloerkleed. ‘Volgens mij zit hij daar nu onder.’ ‘OMG!’ krijste Estelle. Ze zag inderdaad iets bewegen. Leonoor was thuis al aan de Glühwein begonnen om zeker te weten dat het drankje nog goed was. Haar alcoholbasis was voldoende voor heldhaftig gedrag, zeker tegenover een muis. Ze stond op, en als een woeste krijgsheer begon ze op het kleed heen en weer te springen. ‘Schei uit! Gerard kan hem vanavond vangen,’ riep Marga tevergeefs.

Toen Leonoor na een paar minuten stil bleef staan, bewoog onder het vloerkleed ook niets meer. Tranen liepen over Marga’s wangen. ‘Iemand een broodje met gestampte muisjes?’ vroeg Peggy, terwijl ze in gedachten de muis dankte en een prachtig mausoleum voor hem bouwde.