Hoofdstuk “Irmak stopt ze vol met lekkere Turkse hapjes”

Hard lopen

Het slingerende pad dat naar haar woonwijk leidde, leek ze te strelen met haar voeten. Estelle had het gevoel dat ze, zelfs nu ze alweer bijna thuis was, nog steeds zweefde. Wat was ze ook lekker licht in haar hoofd. Hardlopen maakte haar blij. Veel dingen maakten haar blij. Als ze niet jogde, had ze soms zin om te huppelen. Maar als ze dat in een opwelling deed waar de meisjes bij waren, werd ze door haar dochters als idioot bestempeld. In haar straat liep Estelle langzaam uit en thuisgekomen leunde ze nog een tijdje tegen de voordeur terwijl ze haar spieren oprekte. Net toen ze weer met beide benen op de grond stond, kwam Leonoor aansjokken met haar boxer aan een lange rollijn.

‘Zo, we hebben allemaal onze beweging weer gehad,’ zei Leonoor tevreden. ‘Ben je niet bekaf?’ Estelle schudde haar hoofd.

‘Onvoorstelbaar,’ vond haar buurvrouw. ‘Moet je jezelf niet voor deze uitsloverij belonen? Bijvoorbeeld door met mij te gaan lunchen? Of zit je met de kinderen in je maag?’

Ik zit nooit met mijn meisjes in mijn maag, dacht Estelle. Het was Jeffreys idee geweest om ze twee dagen per week bij een oppasmoeder te stallen.

‘De meisjes eten bij Irmak,’ antwoordde ze. ‘Die stopt ze vol met lekkere Turkse hapjes.’ Soms was Estelle bang dat ze het bij Irmak leuker vonden dan bij hun eigen moeder.

‘Een lichte lunch lijkt me inderdaad wel lekker,’ zei ze. ‘Eerst even douchen. See you.’

Bij Lunchroom Blom nam Estelle een salade met gerookte zalm en Leonoor een boerenomelet. Blom was een middelbare dame met lang geblondeerd haar en knalroze Crocs. Ze serveerde de boerenomelet met haar vaste kwinkslag: ‘Kijk eens, met echte stukjes boer.’ Een vrouw die alleen aan het tafeltje naast hen zat, greep haar kans op aandacht.

‘Daarom heb ik spiegeleieren genomen,’ zei ze met volle mond.

‘Met echte stukjes spiegel zeker,’ kon Leonoor niet nalaten te zeggen.

‘Nou ja, mijn darmen zijn toch al kapot. Doen al jaren niks meer.’ De vrouw zuchtte diep. ‘Als ik die eieren op heb, gaan ze pffft regelrecht naar beneden.’ Estelle vond haar heel zielig. Leonoor staarde naar haar bord en dacht aan haar eigen sluitspieren.

‘Mijn salade is heerlijk,’ zei Estelle. ‘Smaakt dat van jou niet?’

Naast hen werd ondertussen druk in een handtas gerommeld. Plotseling haalde de vrouw er een witte reuzenslip uit. Van de schrik begon Estelle zenuwachtig te giechelen.

‘Ik heb altijd een verschoninkje bij me hoor,’ klonk het geruststellend vanachter de slip. En de vrouw sprintte naar een deur waar Blom met grote krulletters Ladies op had geschilderd.

‘Zouden we iets voor haar kunnen doen?’ vroeg Estelle bezorgd. Maar Leonoor was al op weg naar de kassa.